Dat was toen
Over gebeurtenissen vroeger
Opening Jeugdherberg
december 17th, 2010 door admin in Gebouwen, Voorwerpen, gereedschappen en werktuigen Reacties uitgeschakeld

Uit Het Vaderland van 30-7-1933:

Opening Jeugdherberg Het Kreijel te Winterswijk
Het was te voorzien, dat Winterswijk, dat door zijn vele geologische en botanische merkwaardigheden, zoowel als door zijn rijkdom aan ongerept natuurschoon, reeds sedert jaren veel jeugdige natuurvrienden lokt, als schakel in de jeugdherbergketen niet gemist kon worden.
De Nederlandsche Jeugdbond voor Natuurhistorie slaat er reeds lang geregeld zijn tenten op, maar ook het aantal zuivere vacantiegangers is er gestadig gestegen. En nu is daar gisteren voor al die jeugdige toeristen de lang gemiste herberg geopend, die naar een oud landgoed, Het Kreijel, is gedoopt.
Burgemeester Bosma begroette bij de opening dr. C.P. Gunning en dr. Jensema, resp. voorzitter en hoofdbestuurslid der Nederlandsche Jeugdherbergcentrale en dankte de plaatselijke commissie voor haar schitterende werk, dat, naar hij hoopte, rijke vruchten zal mogen dragen. Vervolgens sprak dr. Gunning, die eenige dagen in Winterswijk vertoefde, de openingsrede uit. Na een rondgang door het gebouw nam dr. Gunning nogmaals het woord, om in een onderhoudende causerie een uiteenzetting te geven van het jeugdherbergwerk in Nederland.
Reeds gisteravond zou Het Kreijel de eerste bezoeker ontvangen.

Samenwerking Nederlands-Duitse politie
juli 25th, 2010 door admin in Algemeen Reacties uitgeschakeld

Uit de Gelderlander, dinsdag 2 juli 1935

Brutale Vreemdelingen
Door de Rijksambtenaren werden aan de grens bij Winterswijk in verband met gepleegde overtredingen drie Duitsche rijwielen in beslag genomen, en aan het grenskantoor te Kotten gedeponeerd.
Eenige uren later bleken de karretjes te zijn verdwenen. Met behulp van een ladder en een bijl, die men in de buurt bij de omwonenden had ontvreemd, had men kans gezien de rijwielen weer weg te nemen en weder naar Duitsch grondgebied over te brengen.
In verband met dit buitengewoon brutaal optreden, werd politiehulp ingeroepen, waarna Rijksambtenaren, geassisteerd door politie even later per auto naar Duitschland vertrokken. Dank zij de goede samenwerking tusschen de Duitsche en Nederlandsche politie, gelukte het twee Duitschers, elk in bezit van een der bedoelde rijwielen, op den weg naar Borken aan te houden.
Onder geleide der Duitsche en Nederlandsche ambtenaren werden de heeren , waarvan er een buitengewoon brutaal optrad, met de rijwielen naar het grenskantoor in Kotten overgebracht. Na aldaar verhoord te zijn, werden ze heen gezonden, doch de rijwielen bleven in Nederland. Den volgenden dag werd door de Duitsche politie nummer drie met fiets aangehouden, doch deze stelde geldelijke zekerheid. Van een en ander is proces-verbaal opgemaakt.

De Woolsche Mark (2)
juni 18th, 2010 door admin in Algemeen Reacties uitgeschakeld

Ik heb al eens een deel uit de notulen getoond. Deze keer die van 30 september 1899.

“Vergadering van Geërfden, 30 Sept. 99 in de school.
Aanwezig zijn de leden van ‘t bestuur (de hr. W. Hijink overleden) – benevens de geërfden H.W. te Winkel, E. Koobs, J.B.G. Tenkink, H.C. Huiskamp, J. Eelink, W. Kruisselbrink, J.A. Kots, J.A. Kots, J.A. Hijink, R.H.J. Tenkink, D.W. Heesen.
De voorzitter opent de vergadering met een woord van weemoed te wijden aan de nagedachtenis van den Hr. W. Hijink, wiens streven het was, om steeds met lust en ijver de belangen van de Wooldsche Mark te behartigen.
De notulen der vorige vergadering worden gelezen en goedgekeurd. De waarnemende penningmeester doet rekening en verantwoording van zijn gehouden beheer, welke sluit met een batig saldo van f. 163,17. De erven S.J. Weerkamp zijn tot heden nog in gebreke gebleven met het betalen van hunnen aanslag. Wordt besloten hen nogmaals tot voldoening aan te manen. Verder is aan de orde een adres aan de vergadering van J. Uwland en consorten, betreffende den weg, loopende van af den grintweg naar Schepersesch, alwaar Wed. te Hennepe na herhaalde waarschuwingen, niets heeft gedaan ter verbetering van den ellendigen toestand van dien weg. Na eenige discussie is men van oordeel, haar nog éénmaal en dan ook voor ‘t laatst tot herstelling van den weg te manen.
Benoeming van een bestuurslid (vacature W. Hijink). Uitgebracht werden 16 stemmen, verdeeld als volgt: A. Hijink op Hijink 10, J. Tenkink 1, J.W. Kruisselbrink 1, H.W. te Winkel 2, J.A. Kots 1, J.B.G. Tenkink 1, zoodat A. Hijink is verkozen.
De punten der agenda afgehandeld zijnde, vraagt en bekomt J. Eelink het woord. Spreker dringt aan op verbetering van den weg naar ‘t Blekkinkveen langs ‘t perceel van Geers, welke weg, naar zijn beweren, zoodanig met hout en struikgewas is begroeid, dat hij bijna onbruikbaar is geworden. Wordt besloten, de verschillende eigenaren aan te schrijven, dit een en ander op te ruimen.
Daarna interpelleert J.B.G. Tenkink den voorzitter over den toestand in de Kulve, waar het gebleken is, dat achterliggende perceelen, door onvoldoende breedte en diepte der sloten van voorliggende, hun water niet in de waterleiding kunnen uitlozen. Verder is het spreker opgevallen, dat de waterleiding in ‘t Blekkinkveen op sommige plaatsen weer verzand is. Waarop de voorzitter antwoordt naar een en ander onderzoek te zullen doen.
Geërfde H.W. te Winkel, daarna het woord hebbende, deelt de commissie mede, dat de waterleiding van ‘t Zwarte Water naar ‘t Blekkinkveen langs grond van ‘t Harkel geheel dicht zit. Verder geeft spreker in overweging, of het niet beter zou zijn, even als vroeger, de geërfdenvergadering te houden aan Dröppers en dan wel ’s middags op 2 uur. De meeste der aanwezige leden stemden hiermee in.
J.A. Kots vraagt een duiker in den weg van zijn huis naar den grintweg, die totaal kapot is. Ook de brug bij ‘t Hietkamp vereischt noodelijk reparatie.
Na nog eenige op- en aanmerkingen van J. Eelink over de nieuwe brug in ‘t Blekkinkveen, verlangt niemand meer het woord en sluit de voorzitter de vergadering.”

De torenklok
maart 6th, 2010 door admin in Voorwerpen, gereedschappen en werktuigen Reacties uitgeschakeld

Uit de Winterswijkse Courant 20-1-1880

Onze Gemeenteklok veroorlooft zich voortdurend allerlei jeugdige dartelheden, die zulk eene eerwaardige matrone volstrekt niet passen. Soms slaat ze zoo langzaam of ze het voor haar plezier deed, dan weer met een haast of haar het volgende uur al op de hielen zit. Soms ook geeft ze er een heelen dag den brui van en bemoeit zich niet met de zaken, of ze permiteert zich de grap U tien minuten over den tijd aan het spoor te laten komen, maar zendt er U om het goed te maken morgen een kwartier te vroeg naar toe. Voor haar is niets onmogelijk. Wie over twaalven zijn huis verlaat, is somtijds reeds voor twaalven waar hij wezen moet: onze klok voert ons aldus terug naar de Schepping. Sommigen zeggen dat dit klokkiologische proeven zijn van den kunstenaar die tegen een jaarlijksche bezoldiging deze klok behandelt. Volgens anderen komt het van ouderdom of een rheumatische verkoudheid.
Maar sterker toeren heeft misschien geen klok ter wereld ooit vertoond dan hetgeen bij ons plaats had op Vrijdag 16 Januari 1880. Terwijl ’s middags omtrent half vijf een deel der burgers rustig aan tafel zat en het andere deel natuurlijk ergens anders, zagen allen opeens elkaar verschrikt aan; ieder legde vork en lepel neer, stond haastig op en snelde naar buiten. De klok was aan het luien gegaan!…. Waar was de brand? Niemand kon het zeggen. X, die pas een betrekking bij den brandweer gekregen heeft, zocht (het is een feit, lezer) vol drift zijn mooie riempje op, in de hoop voor het eerst als een piet door de straten te gaan kuieren. Daar kwam ook de klokkekunstenaar voornoemd naar buiten, keek mede verschrikt omhoog en – proeste het uit van ‘t lachen. De kundige man had het geheim geraden! De klok sloeg! Maar geen elf of zeven of zoo iets, dat was niets bijzonders geweest; neen, ze sloeg ditmaal drie en tachtig!
Maar door deze buitengewone verrichting schijnt ze nu ook geheel uitgeput. Sedert dat merkwaardige oogenblik hebben wij uit die hoogere sfeeren niets meer vernomen.

Waliën afgebrand
februari 14th, 2010 door admin in Gebouwen Reacties uitgeschakeld

Uit “Het Nieuws van de Dag” 28-1-1908:

Het kasteel Waliën afgebrand.
Nabij Winterswijk is gisteravond het kasteel “Waliën”, toebehoorend aan de heeren Hijink en Lindeman te Nijmegen en te Leiden, en bewoond door den heer Von der Möhlen, door brand geheel vernield.
De brand wordt toegeschreven aan het omvallen van een petroleumtoestel en nam zoo snel in omvang toe, dat de brandspuit slechts weinig kon uitrichten en het groote gebouw weldra in een ruïne veranderd was.
Het verbrande kasteel was een overblijfsel van een gebouw, dat reeds in den aanvang der 15e eeuw moet hebben bestaan en destijds van het adellijke geslacht Van Waliën toebehoorde. Na in de loop der eeuwen eenige malen van eigenaar verwisseld te zijn, behoorde het in de 18e euw aan de Van Heeckerens, die het in 1805 verkochten aan de moeder van de laatste eigenares, mevrouw we. Hugenholtz-Hossink, na wier overlijden de havezathe in het bezit kwam van de tegenwoordige eigenaren. Het huis heeft een tijdlang gediend als verblijfplaats van eene kindervacantiekolonie van den Nederlandschen Protestanten Bond.

Een dag later in dezelfde krant:
Uit Winterswijk schrijft men ons nog aangaande de gisteren vermelde brand van de havezathe “Het Waliën”, dat alleen de meters dikke muren van den onderbouw nog overeind staan. Winterswijk verliest daardoor het laatste van de veele kasteelen, welke het vroeger omgaven: Plekenpol, Ravenhorst, Buurse enz., welke laatste reeds lang in gewone boerenerven zijn veranderd. Waarschijnlijk zal het kasteel niet weer in zijn ouden vorm worden ingericht. Alleen de grachten, welke het geheel omgeven, zullen dan nog getuigen van vroegere grootheid.

Familiebezoek
februari 2nd, 2010 door admin in Bezigheden Reacties uitgeschakeld

Vertaald uit het Engels. Oorspronkelijk boek: “Toen wij in 1936 op Reesink kwamen” door Frederika Johanna Wieberdink en Abraham Weerkamp. Gedeeltelijk overgenomen.

“Mijn moeder, Gesiena Kuenen, werd geboren op boerderij “De Stegge” in Kotten. Ik heb haar ouders nooit gezien, want die waren al jong gestorven. Moeder had een broer, oom Jan, en twee zusters, tante Diene en tante Hanne. Oom Jan had naast zijn kleine boerenbedrijf een radmakerij. Veel boeren hadden destijds naast de boerderij een radmakerij of klompenmakerij. Oom Jan was getrouwd met tante Jannao en ze hadden vijf zoons en drie dochters. …….
Het contact met de familie in Kotten verliep altijd volgens een bepaald patroon. In de zomervakantie gingen we met de boerenkar, samen met vader en moeder, naar Kotten. Dat was steeds weer een belevenis. Natuurlijk kwam de familie uit Kotten later ook weer bij ons op bezoek. Dat ging meestal als volgt. Om ongeveer drie uur kwam de hele familie, oom Jan, tante Jannao en de kinderen bij de Menger aan. Nadat het paard was uitgespannen, voltrok zich de volgende ceremonie:
-Goeiendag-
-Ok, goeiendag, alles good?-
-Kon beater en met ow, ok alles good?-
-Kon ok beater-
-Noh, dan laot wezzen-
Daarna werden de gasten naar de voorkamer geleid, waar de tafel al gedekt klaar stond: bruin brood, wit brood, boter en kaas.
Als iedereen genoeg had gehad, gingen ze naar de woonkeuken, waar over koetjes en kalfjes werd gepraat. Na een poosje stelde oom Jan altijd voor om eens “langs ‘t land te gaone”. Ze gingen langs de akkers en de weiden en spraken over het gewas, de oogst en meer van dat soort zaken. Dat duurde nogal een poos, niet vanwege de afstand, maar vanwege de tijd die werd stilgestaan en gepraat. Ondertussen vermaakten de kinderen zich op het erf met spelletjes.
Na de wandeling was er weer koffie, tot oom Jan zei: “‘t Wordt tied dawwe weer op hoes an gaot” Dat was het sein om de tafel in de voorkamer nogmaals te dekken met witbrood, bruinbrood, boter en kaas. Na de maaltijd werd het paard weer aangespannen en de reis naar Kotten ingezet, na een aangename middag verbracht te hebben. Na de lagere schooltijd werden de contacten met de familie Kuenen beperkt tot bruiloften en verjaardagen, e.d. Er was één uitzondering. Als een jongen in dienst moest, ging hij de hele famile langs om dat te verkondigen en om afscheid te nemen.”

De “Wooldsche Mark” vergadering
januari 28th, 2010 door admin in Algemeen Reacties uitgeschakeld

Na de verdeling van de markegronden bleven er nog wel de markegenootschappen in de buurtschappen bestaan. Ze hadden bepaalde taken, maar ze waren ook vrij beperkt in de uitvoering daarvan. De gemeente zelf had daarin de grootste stem. Om enigszins te illustreren wat wel en wat niet door het markebestuur gedaan kon worden, hieronder een weergave van een vergadering van de “Wooldsche Mark”.

Uit de notulen van een vergadering op 6 mei 1905 aan Dröppers.

Tegenwoordig 13 geërfden, waaronder 5 bestuursleden. De notulen der vorige vergadering gelesen en goedgekeurd. De rekening door de hrn. Kruisselbrink en Droppers nagezien en goedgekeurd, sluit met een batig saldo van f. 90, 30.
Op een verzoek van A.J. Boomkamp op Broekmans om een gedeelte van de markweg te verleggen, kan en mag de vergadering niet beslssen, daar zoo iets bij het gemeentebestuur moet worden aangevraagd. Wordt besloten een cement duiker aan te leggen bij de Maatsnijder, zoomede een bij Kobusveld achter Damkotshuisjen, terwijl de duiker bij de school met een stuk dek kan gerepareerd worden.
Dan brengt Tenkink (Lintum) ter sprake den ellendigen toestand, waarin de Kuenenstegge verkeert. Op sommige punten is ze totaal onbruikbaar geworden. Na lang over en weer er over gesproken te hebben, wordt besloten een commissie van 3 leden (J.W. Kruiisselbrink, J.D. Nijenhuis en A. Esselink) naar het gemeentebestuur af te vaardigen, om daar een onderzoek te doen, door wie de weg moet worden onderhouden.
Verder komt voor de zooveelste maal aan de orde het voorstel van den voorzitter om een vasten arbeider aan te stellen op de markwegen. Daar door geërfden over ‘t algemeen weinig of niets aan de weg wordt gedaan en de toestand zoo als het nu is, niet langer kan voortduren, wordt er besloten om bij wijze van proef voor dit jaar 2 arbeiders te benoemen, één rechts en één links van den grintweg naar Roerdink en die dan één dag in de week daarop te laten arbeiden.
Benoeming voor de drie aftredende commissieleden Ten Houten, A. Hijink en Tenkink (Bovelt) op voorstel van eenige leden worden de aftredende heeren bij acclamatie herbenoemd. Niets meer te behandelen zijnde, sluit de voorzitter de vergadering.

Het nieuwe strandbad
januari 12th, 2010 door admin in Bezigheden Reacties uitgeschakeld

Uit De Gelderlander 7 juni 1933

Het nieuwe strandbad
Het nieuwe strandbad alhier, kon zich met de Pinksterdagen in een buitengewone belangstelling verheugen, niet alleen van binnen, maar ook van buiten de gemeente. Het schitterende weer deed onze plaats bijna leeglopen in de richting Den Helder en honderden vreemdelingen waren Winterswijk binnen gestroomd, waardoor in de richting Woold een ongekende drukte ontstond. Door de drukte, die er op dezen weg heerschte, kwam een IJsco-wagentje van de firma Selle in het gedrang, waardoor het pardoes de gracht welke om het zg. “Staal” (bedoeld wordt het Saal; Jan) loopt, in reed. De berijder wist zich door een handige sprong nog voor een nat pak te vrijwaren.

Van het landleven
januari 11th, 2010 door admin in Landbouw en veeteeelt Reacties uitgeschakeld

Uit De Gelderlander van dinsdag 2 oktober 1934:

Voor den Grolschen kantonrechter

Van het landleven
Het landleven wordt door dichters en schrijvers  velerlei schoone wijze bezongen, maar ook wij, die ons niet tot de bevoorrechte klasse van dichters en schrijvers kunnen rekenen, zien in het landleven iets ideaals. Het landleven moet inderdaad schoon zijn. Altijd in God’s heerlijke natuur, geen begrensd terrein, maar het wijde landschap met z’n groene velden en bebouwde akkers, geen paar vierkante meters lucht, maar de grote hemelkoepel van horizon tot horizon, geen radiomuziek met schrille dissonanten en wanhopig geschetter van moderne muziekinstrumenten, maar het gezang, gefluit en gesjilp van vogels, geen benauwde,maar de reine lucht vermengd met de zoete geuren van bloemen.
En het werken op het land. Wat een tegenstelling met onze kleine kantoren, de benauwde fabrieksruimten met het afmattende gedender van machines. Op het land de vrije ruimte waar de landman met brede stappen over de velden gaat, waar de krachtige paarden de ploegvoren trekken, waar de koeien op de malsche weiden grazen. De landman heeft zijn eigen versche eieren, zijn schuimend, frissche melk, de vruchten van zijn land, het malsche vleesch van zijn eigen vee. Is het landleeven niet heerlijk en de landman niet benijdenswaard?
Hm! De landman heeft zijn aardappelen en hij moet oppassen dat men hem bij het vervoeren niet bekeurd, hij heeft varkens en hij moet toezien dat zijn voorraad niet te groot wordt, hij heeft kuikens,maar ze mogen zijn erf niet af zonder banderolle. Dat dient allemaal wel om den landman, die in de put zit, er uit te halen, maar hij loopt grooten kans er weer door in de put te komen.
Behalve de landman wonen ook in de vrije natuur de hazen en konijnen en diverse vogels, die geen begrip hebben voor het mijn en dijn en de vruchten van de bodem en de boomen van den landman tot de hunne maken. Wat is eenvoudiger en doeltreffender in dat geval dan een geweer te nemen en met een schot een eind te maken aan de misere. Maar een schot dat doel treft, treft den schutter zelf dikwijls eveneens, want de wachters van de velden snuffelen op het land als hazen en konijnen in de kool. En een boete volgt, omdat het dier niet geschoten mocht worden of omdat de jager geen permissie had om te schieten of een geweer in eigendom te hebben. En tusschen een vuurwapen en een vuurwapen is ook nog verschil en derhalve moet de eigenaar behalve van den landbouw, hiervoor ook de nodige kennis hebben.
Weet u het juiste verschil tusschen een geweer en een buks? De landbouwer H. te Ratum onder Winterswijk meende het te weten, maar de politie had een andere meening en de heeren van het kantongerecht ook en daarom kostte het hem een veroordeling. De man had voor een oud Beaumontgeweer een machtiging gevraagd en het opgegeven als te zijn een buks. Hij kreeg een machtiging voor de buks, maar de bovengenoemde heeren zeiden, dat het geen buks, maar een geweer was, derhalve had hij geen machtiging.
Maar de heeren begrepen wel, dat de landbouwer niet met opzet had gehandeld en hij werd veroordeeld tot f 1,- boete, maar zijn geweer (of was het een buks?) werd verbeurd verklaard.
Deze landbouwer had een stuk of wat vuurwapens in zijn bezit en de kantonrechter was erg nieuwsgierig naar waar hij die allemaal voor noodig had. De man van het heerlijke landleven vertelde daarom, dat de grensbewoners indertijd nogal eens bezoek ontvingen van overburen, die ze liever niet zagen en het beste wapen om ze op een afstand te houden was het vuurwapen.

Wat de bedoeling is van de site
augustus 26th, 2009 door admin in Algemeen Reacties uitgeschakeld

Zoals de website door zijn naam al doet vermoeden, gaat het hier over vroeger. Dat is een ruim gebied. Op regelmatige tijden zal ik een stukje plaatsen uit oude kranten. Het kunnen informatieve, leuke of zo maar lezenswaardige artikelen zijn.
Het heeft wel altijd de maken met de buurtschappen rondom Winterswijk. Er wordt geen chronologische volgorde gehanteerd. De spelling van de tijd blijft gehandhaafd, dat zijn dus geen fouten, maar het laat wel zien welke woorden vroeger anders werden geschreven.